Hoogbegaafd en ik – Deel 3 – “Al vroeg ondernemen”

PlatfomHB 21 februari 2012 0
Hoogbegaafd en ik – Deel 3 – “Al vroeg ondernemen”

In het vorige deel heb je kunnen lezen hoe ik van jongs af aan al leer hoe mensen denken. Ook dat ik een behoorlijk verkennende doerak was. In dit deel ga ik meer in op mijn ondernemende kant.

Ik had als kind best veel vriendjes, maar 2 trok ik echt veel mee op. We noemen ze Els en Wim (misschien waren betere namen in deze multiculturele samenleving geweest “Fatima” en “Mohammed”. Stoor me namelijk enorm aan de basisschoolboeken van tegenwoordig waarbij bij elke taalles minstens 1 buitenlandse naam voor komt. Niet dat ik iets tegen buitenlanders heb overigens hoor.
Daarnaast zijn de namen “Els” en “Wim” een stuk korter om te schrijven ;) . Handig als ze zo vaak in je verhaal voor komen).

Met Wim ondernam ik vooral jongensdingen (spinnen vangen, hutten bouwen etc.) en Els was echt mijn hartsvriendinnetje (vaak winkeltje spelen of fietsenmakertje).

Zoals ik al vermeldde wil ik ingaan op mijn ondernemende kant. Ik vernam als kind dat je papier kon gaan inzamelen en voor elke kilo een gulden zou krijgen. Als vijf-jarig jochie zag ik daar een gouden kans. Ik besprak dit met Wim en hij vroeg aan zijn moeder of het papier bij hem in de schuur kon staan (die van ons was vol en van hun nagenoeg leeg) Ik zou op mijn beurt een kar regelen waarop we het papier konden vervoeren. Van mijn moeder kreeg ik een oude kinderwagen waar ik het bovenstel vanaf sloopte en het onderstel ombouwde om papier te kunnen dragen. Aan de voorkant een touw in het midden en mijn rijdende pietje papier was geboren. Ik bepaalde welk rijtje huizen we als eerst langs gingen (tot vandaag toe het leidende type geweest) en off we go. Binnen no-time hadden we meerdere blokken waar we dagelijks papier kwamen halen. Het duurde dan ook maar een week voordat de gehele schuur vol stond met papier. Toen werden we door onze ouders aangesproken. Je bleek helemaal geen geld te krijgen voor dit papier! Daar zat ik dan…. Illusie van meer zakgeld vervlogen. We hadden zeker 60 kilo aan papier en daar konden we dus helemaal niets mee. Al vrij snel was voor mij de lol er dus af. Ik dacht nog wel na over wat we met al dat papier nu aan moesten. Conclusie voor mij was simpel; het papier lag niet in mijn schuur, dus dat was niet mijn probleem. Ik regelde de kar en Wim de opslag. Wim kon het dus lekker uitzoeken, dit was immers zijn verantwoordelijkheid. Uiteindelijk brachten mijn vader en zijn vader het papier naar een container. Grappig detail hierbij is: Als het niet ging zoals ik wilde, dan ging wim huilend naar huis. De volgende dag deden we het hoe ik vond dat het moest.

Een ander mooi voorval waren de wipjes. Alle achtertuinen van de huizen grensten aan een gezamelijk parkje. Compleet met bosjes, grasveld en kinderspeeltjes. De wipjes van de kinderspeeltjes vond ik interessant. Niet omdat ik er zo graag op wilde spelen, maar omdat ze allemaal andere kleurtjes hadden. Dit kon niet in mijn ogen. Ondernemend als ik was zocht ik in de schuur naar een rode kleur verf en een kwast. Omdat mijn ouders in die tijd aan het verven waren, waren deze zo gevonden. Heftig begon ik alle wipjes te verven en natuurlijk zat ik er zelf helemaal onder. Toen ik klaar was riep ik trots mijn moeder om mijn creatie te komen bezichtigen. Mijn moeder schrok toen ze mij zag (zat dus onder de verf) en zag aan haar gezicht dat ze iets dacht als “wat heef hij nu weer gedaan?”. Ik wist dat ik niet meer terug kon, maar ik wist ook dat er kennelijk iets niet goed was. Maar wat dan? Ik had de buurt een plezier gedaan. Ik had de wipjes mooi gemaakt!
Ik nam mijn moeder mee naar de wipjes en uiteraard schrok ze. Ze werd boos op me en ik kreeg straf. Zelf begreep ik hier dus niets van, maar kennelijk mag je iets niet mooier maken voor de buurt.

Ik kwam veel bij Els over de vloer en haar ouders waren dol op me. Als ik wegliep van huis omdat ik weer eens ruzie met mama had, dan ging ik naar hen toe om daar te gaan wonen. Compleet met koffertje. Voor mijn ouders natuurlijk ideaal, want die wisten zo altijd waar ik was als ik wegliep en hoefden ze zich zo geen zorgen te maken. Ik was gek op die mensen. Ze waren altijd lief en we mochten daar van alles.
Els en ik speelden regelmatig winkeltje, we pakten dan wat producten uit de kast en gingen die prijzen in snoepjes. Deze producten verkochten we dan weer aan haar ouders en zij betaalden ons met snoep. Hier konden we uren zoet mee zijn. Snoepjes in de (kinder)kassa en dit netjes bijhouden. Snoepjes opeten mocht van mij niet. We moesten zuinig zijn met wat we verdiende.

Op een dag wilden Els en ik mijn moeder verrassen. Ze was boodschappen doen en de ouders van Els pastte op mij. De hoogglans tuintafel was vies en die gingen wij eens schoonmaken. Ik wist best hoe mijn moeder schoonmaakte en ging naar de kast om daar 2 sponzen en jiff uit te pakken. Driftig gingen wij aan de slag mijn moeder te verrassen. De hele tafel werd met Jiff ingespoten en boenen maar. Het rare was dat de tafel niet schooner werd. Ja… het vuil was eraf, maar hij werd steeds doffer en doffer. Ik dacht, dit zal wel zo horen, gewoon doorgaan.
Mijn moeder kwam thuis en schrok zich weer eens wezenloos. Haar hele hoogglans tafel was inmiddels teruggeschuurd naar een “laagglans” tafel. Echt boos kon ze natuurlijk niet worden, we probeerden iets liefs te doen. Het bleef me echter wel bij dat ik het wederom niet goed gedaan had. Ik had de beste bedoelingen en het pakte weer eens verkeerd uit.

In de buurt speelden heel veel kinderen. Ik was 1 van de jongere, maar liet me zeker niet treiteren door de ouderen. De grote broer van Els speelde daar ook regelmatig. Voetbalde ik ook veel mee. Hij had een kuil gegraven.Een vrij diepe. Dit vond ik wel interessant en wilde daar ook in. Dit mocht niet van hem. Dat ging er bij mij niet in! Ik ging weg en zocht een baksteen. Met deze baksteen kwam ik terug en liet hem op het hoofd van de grote broer van Els vallen (totaal niet nadenkend over de gevolgen). Hij rende huilend weg en ik zat in de kuil, wetend dat mijn moeder zo wel zou komen om me straf te geven. Maar ik zat wel in de kuil waar ik niet in mocht! Achteraf had de grote broer er gelukkig niets aan over gehouden. 2 hechtingen.

In de tijd dat we daar woonden was ik erg veel ziek. Ik ben geboren met astma. Dit resulteerde voor mij in 2 weken school, een week ziek thuis. Waar wij woonden lag in een dal en alle vieze lucht bleef daar hangen. Voor iemand met problemen aan de luchtwegen is dit natuurlijk funest en moesten we voor mij gaan verhuizen. Iets wat ik helemaal niet wilde.

Ik weet dat ik vorig deel beloofd heb om over de verhuizing te vertellen. Toch schuif ik dit op naar een volgend deel. Dit deel is namelijk al tamelijk lang geworden. Volgende keer zal ik dus beschrijven hoe ik probeerde ervoor te zorgen dat ons huis niet verkocht zou worden, zodat wij niet zouden gaan verhuizen. Iets wat natuurlijk toch gewoon gebeurde.

Volgende deel
Beoordeel dit bericht:
1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (6 stemmen, gemiddeld: 4.33
Loading ... Loading ...


Laat een reactie achter »